‘Bij het ongrijpbare, daar wil ik zijn’

‘Bij het ongrijpbare, daar wil ik zijn’

5 november 2021 Verhalen 0
leiderschap-boek-walter-hamers

Walter Hamers, bestuurder van Museumpark Orientalis over spiritualiteit, verbinding en ethiek

Klik hier om dit artikel te beluisteren of volg Ruimtemaakers op Spotify.

‘Wat leuk dat je er bent, ga lekker zitten, wil je koffie? Ik heb wel zin in een lekkere cappuccino, je weet dat hij bij ons heel lekker is, hè? Zal ik er een voor je meenemen?’

Dit is Walter Hamers ten voeten uit. Gastvrij, genieter, gezellig, genereus en gemakkelijk in de omgang. Een 5G-netwerk an sich. Walter is directeur van Museumpark Orientalis en hiervoor jarenlang bestuurder bij de Vierdaagsefeesten en woningcorporatie Talis. In die laatste hoedanigheid was hij de facto eindverantwoordelijke voor de woningen – en dus indirect voor de levens – van duizenden en duizenden mensen. Talis kwam er landelijk goed op te staan door de tv-documentaire over de Kolping, een wijk die ooit verloederde en nu weer helemaal goed loopt. Mede dankzij de aanpak van Talis. Ik ken Walter al jaren en wat me aan hem puzzelt is: wat bezielt zon man, met zijn inborst om te besturen? Om over regeltjes en systemen na te denken? Om over stenen te waken? 

Ik vraag het hem dus. Waar bezielt jou om te besturen, Walter? Waarvan ga jij AAN? ‘Wat een leuke vraag, echt een mooie vraag.’ Had ik al gezegd dat hij complimenteus is? ‘Uitdagend en zo positief, daarom doe ik mee … en omdat ik er geen antwoord op had. Ik ben er zelf nieuwsgierig naar.’

Walter begon en runde tien jaar lang een adviesbureau, waarna hij bestuurder werd van een woningbouwvereniging in Brabant. Later werd hij bestuurder van de Vierdaagsefeesten, het grootste evenement van Nederland en van Talis, een Nijmeegse corporatie met een rijke en lange geschiedenis. Een geschiedenis waar Walter zich erg bewust van is. ‘Hoewel bij Talis bijna niemand meer werkt van de oude Kolping en de oude Ariëns (twee bedrijven waaruit Talis is ontstaan) waren die geesten daar nog rond,’ zegt Walter.

Er doen nog altijd verhalen en anekdotes de ronde die die twee bedrijven en dus culturen typeren. Het waren qua stijl bijna familiebedrijven met het bijbehorende gedrag van mensen voortrekken en benadelen. Dat systeem moest echt op de schop toen Talis ontstond. ‘Dat hebben we gedaan,’ zegt Walter, ‘maar we borduren wel voort op wat er is. Je moet de biografie een vervolg geven.’

‘Je moet de biografie van een organisatie een vervolg geven’

– Walter Hamers

Als jonge jongen keek Walter op tegen zijn broer. Want die mocht in de jaren zestig naar kostschool om broeder, frater, te worden in de katholieke kerk. Als Walter met zijn ouders daar op bezoek ging, werd Walter laaiend enthousiast. Het voetballen, jongens onder elkaar, de kussengevechten, voor Walter een droom om deel van uit te mogen maken. Hij was te slim om voor broeder te leren, dus hij mocht voor vader leren, pater, naar het seminarie. ‘Een jongensdroom kwam uit. Deel uitmaken van een groep, een groter geheel, dat dreef en drijft mij nog steeds.’ Zijn ogen stralen als hij erover vertelt. ‘En wat ik daar ook heb geleerd, door het bidden, is de waarde van de stilte opzoeken, jezelf terugtrekken. Ik bid niet meer, maar mediteer nog steeds. Niet iedere dag op een houten krukje, maar op een manier die bij mij past.’

Hoewel hij nooit pater of priester is geworden, heeft Walter toch iets weg van een pater. In zijn doen en laten en in zijn bourgondische uiterlijk. Hij gebaart groots met zijn handen om zijn woorden kracht bij te zetten, haalt filosofen en denkers aan als hij iets probeert uit te leggen. Hij kan met zijn stem een gedragen toon aanslaan om iets te benadrukken. En wat denk je? De retorische vraag is hem totaal niet vreemd. Hij heeft alleen nog een te mooie volle bos haar om op het flesje te staan van een Belgisch biermerk.

Hij vertelt: ‘Talis zag ik als een familie. Mijn familie, niet een van vlees en bloed, maar van verhalen. Die verhalen en de onzichtbare draadjes en verbindingen maakten onze cultuur. Of de verhalen kloppen of niet en hoe die lijntjes precies allemaal liggen, daar moet je van afblijven. Dat is ongrijpbaar, heilig bijna, dat moet je niet grijpen of begrijpen.’

walter-hamers-roland-leushuis-talis-leiderschap-boek
Ronald Leushuis en Walter Hamers – foto van Talis

Ongrijpbaar. Bij dat woord lijkt Walter een meter te groeien. Niet alleen zijn ogen stralen nu, de hele man lijkt te gloeien, zijn ziel spat er bijkans uit. Prachtig om te zien. Ik nodig hem uit om er meer over te vertellen.

‘Het ongrijpbare, daar moet ik zijn. Daar waar de ratio ophoudt en het ethische, het morele begint. Waar het gaat over goed en kwaad. Waar geen juiste beslissing mogelijk is. Waar het aan het verstand voorbij gaat. Daar zit ik als bestuurder op te wachten. Op die knopen die ontward of doorgehakt moeten worden, met alle consequenties van dien. En dan gaan staan voor het besluit.’

Als adviseur was hij eens betrokken bij een complex dilemma van een bedrijf dat hij adviseerde. Hoewel hij niet de beslisser was, voelde hij zich erg betrokken bij dat vraagstuk. Dat bedrijf was namelijk medeverantwoordelijk voor het terminaal ziek worden en uiteindelijk overlijden van een van haar medewerkers. Hoe moet je dan handelen? Wat is juist, is er een juist in deze situatie? Wat heb je te doen, buiten het juridische en financiële om? Het lukte Walter om de gesprekken met de toenmalige directie van het bedrijf op het niveau te brengen van het ongrijpbare, van leven en dood. Van moraliteit. Walter smulde ervan, ook al was het zwaar en heftig, voor alle betrokkenen. Het lukte hem om de directie ertoe te bewegen de stervende man onder ogen te zien, te ontmoeten, de schuld op zich te doen nemen en hem te vragen: wat wilt u nog, de rest van uw leven? Kunnen we nog iets voor u doen? De man wilde vreedzaam in zijn eigen tuin kunnen sterven en dus liet het bedrijf heimelijk een tuinhuis bouwen in de mans tuin. Mocht niet, kostte een hoop, maar dat was wel het kloppende om te doen.

‘De waarlijk gedragen pijn en het verdriet van de directie, het dragen van de schuld, de menselijke oplossing, daar ben ik trots op. Dat zij daar toen toe gekomen zijn en de hele organisatie daarin mee hebben kunnen nemen. Daarbij zijn heeft mij enorm gevormd.’

Terug naar Walter, hoe neemt hij zijn mensen mee bij dit soort complexe, ongrijpbaarheden? Het klinkt alsof het voor hem gesneden koek is namelijk. Hij aarzelt even en spreekt vervolgens op zachte toon verder.

‘Ik ben van nature niet goed in het toetsen van mijn leiderschap. Als leider moet je je volgelingen regelmatig vragen of je het nog goed doet. Je moet ze verbinden, ofwel religare aan het vraagstuk, aan je eigen worstelingen. En daar open in zijn. Ik ben daar niet zo goed in. Ooit heb ik van dichtbij meegemaakt hoe een rabbi zijn volgelingen meenam in het duivelse dilemma of de Duitsers bij dodenherdenking mochten gaan zijn of niet. Dat heeft een diepe indruk op mij gemaakt, me bewust gemaakt van hoe sterk het kan werken en dat ik daar beter in wilde en moest worden.’

‘Ik ben niet goed in het toetsen van mijn leiderschap’

Mede daarom gelooft en praktiseert hij al jaren het duo-leiderschap. Walter had bij Talis een andere leider/bestuurder naast zich. Iemand die gelijkwaardig aan hem opereerde. Aan hem moest hij zich iedere dag verantwoorden, zijn ideeën uitleggen. Ze prikkelden elkaar en samen konden zij hun mensen beter de richting wijzen dan zij alleen zouden kunnen. ‘Waarom dat precies zo goed werkt, weet ik niet, maar ik raad het iedereen aan.’

Wat Walter bijvoorbeeld leerde door om feedback te vragen aan zijn mensen is, dat wanneer hij ergens binnenkomt de mensen het sterke gevoel hebben: daar komt iemand binnen. Hoewel hij er, enige ijdelheid is hem niet vreemd, van geniet, weet hij dat hij zo nu en dan op zijn handen moet zitten, zijn mond moet houden en zijn uitstraling kleiner moet maken dan die van nature is. 

‘Een leider kan alleen goed leiden als hij als leider erkend wordt door zijn volgelingen. Mijn zwaktes zijn mijn ongeduld en mijn wil om altijd bij te dragen, zeker als iemand anders de boel domineert dan denk ik nog weleens: en ik dan? Ik weet mijn eigen temperament steeds beter te kanaliseren en schors dan bijvoorbeeld een vergadering om later in de wandelgangen het gesprek vanuit het hart aan te gaan. Te luisteren en te masseren. Om – hopelijk – later tot een beter besluit te komen. Zal ik nog een lekkere cappuccino voor je halen?’

Hoewel hij heel eerlijk en open is en me zelfs openhartig zaken toevertrouwt die ik niet mag opschrijven, blijft Walter voor mij ongrijpbaar, zoals je wellicht merkt aan dit verhaal. Als pater familias is hij een enigma. Hij weet in een redelijk rigide systeem iets spiritueels toe te voegen in de contacten die hij met mensen heeft, je kunt met hem over religie praten, over waar je in gelooft, over meditatie. Je kunt hem niet begrijpen en toch ademloos naar hem blijven luisteren, hij biedt inspiratie op zijn geheel eigen wijze. Ik weet dat ik bij hem terecht kan als ik een wonderlijk gesprek wil voeren. En ook al zal ik dat niet vaak willen doen als ik aan het werk ben, wetende dat dat ook kan, dat geeft me ruimte. Allemaal ruimte die er niet vanzelf is als je als bedrijf stenen onderhoudt en woningen verhuurt aan mensen.

Walter is inmiddels vertrokken bij Talis en de Vierdaagsefeesten, en kreeg in oktober 2021 de Nijmeegse Zilveren Waalbrugspeld uitgereikt als dank voor zijn verdiensten voor de stad. Hij werkt nu bij Museumpark Orientalis.

boek-leiderscap-maakruimte-coach

Dit is een verhaal uit het boek Maak ruimte en laat je mensen shinen. Bestel hier jouw exemplaar.

Wil jij jouw ervaringen delen, leren en groeien met andere leiders? Kom dan eens naar een van de ruimtemaakers bijeenkomsten.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.