‘Je moet ze raken!’

‘Je moet ze raken!’

23 mei 2022 Verhalen 0
martin-koolhoven-regisseur-leiderschap

Prijswinnend filmmaker Martin Koolhoven over erkenning, inspiratie, en tegenspraak

Beluister dit verhaal hier.

Op een zomers warme dag met een stralend blauwe lucht zit ik op een fraai Amsterdams terras te wachten op Martin Koolhoven, een van Nederlands meest geprezen en succesvolle filmregisseurs ooit. Als onbenul van buiten de ringweg A10 heb ik geen flauw idee bij wat voor etablissement Martins agent de afspraak voor ons geregeld heeft, maar al gauw zie ik dat het een plek is waar je gezien mag worden. Ik meen toch snel een paar bekende tv-hoofden te herkennen. Martin zou best voor bekend tv-hoofd door kunnen gaan, als vaste gast bij het inmiddels opgedoekte De Wereld Draait Door, met een eigen tv-programma in de Kijk van Koolhoven en ja, als succesvolle filmmaker kom je nogal eens met je kop op de buis. Een kleine spanning maakt me toch van mij meester in het wachten en typisch of niet, ik krijg een appje van zijn agent dat hij ‘ietsje verlaat is’. Wat in de praktijk dik een halfuur betekent. Zijn dat vedetteneigingen? Hollywood-maniertjes? Of beeld ik me dat in vanwege het decorum? Martin komt eraan gelopen en zie, het blijkt het laatste te zijn.

Martin lijkt in niets op een vedette en gedraagt zich allerminst verwaand. Licht warrig zoekt hij zijn weg op het terras om me, terwijl we elkaar nooit ontmoet hebben, joviaal te begroeten. Daar zit hij dan. De man wiens film Brimstone tot de officiële selectie van het prestigieuze filmfestival van Venetië behoorde. De man die Gouden Kalveren spaart alsof het Air Miles zijn. ‘Waar gaat het ook alweer over?’ vraagt hij me in al zijn ontwapenende eerlijkheid. Hij heeft echt geen idee. Ik bekijk hem rustig en krijg de indruk dat hij net uit de wasdroger komt. Iets gekreukeld, zeg maar. Maar zonder dat hij ervoor in de was is geweest, want ik meen zijn ontbijt te kunnen aflezen aan zijn colbert.

‘O ja, dat verhaal, over leiden en zo. Ik was even met iets anders bezig vanochtend en dan blijft mijn hoofd een beetje in de watten.’ Martin lijkt op het eerste gezicht op het type ‘verstrooide professor/kunstenaar’. Hij heeft veel te vertellen over het onderwerp en hij doet dat in lange zinnen met veel komma’s. Hij raakt zijn draad zo af en toe kwijt, zeker als ik tussendoor een vraag stel, want hij wil altijd zijn zinnen helemaal afmaken. Ergens lijkt hij heel zeker van zijn zaak en tegelijkertijd ook weer een beetje niet. 

Juul Martin en Martin Koolhoven

‘Omdat ik twee jaar geleden werd gevraagd voor een leiderschapsseminar heb ik toen voor het eerst over nagedacht over hoe ik leid en sindsdien vind ik het wel een boeiend onderwerp.’ Dat blijkt ook, want als enige van iedereen die ik interviewde voor dit boek vraagt hij wat de anderen te zeggen hadden.

Martin schetst me een beeld van de filmwereld. Een set en de productie van een film vormen een strakke hiërarchische piramide met een duidelijke opperbaas (hijzelf), onderbazen, assistenten, assistent-van-de-assistenten en ga zo maar door. Onderaan bungelen de figuranten die soms hele dagen moeten wachten om misschien met hun knie een seconde in beeld te mogen komen. Een set is een kluwen aan mensen en lijntjes die strak georganiseerd om een paar acteurs heen draaien die ter plekke, terwijl iedereen kijkt, een unieke creatieve prestatie moeten leveren. Móeten, want de opperbaas wil iets en móeten, want tijd is altijd schaars op de set. Het is nú of het komt niet in de film, zeg maar. In mijn hoofd botst creatief zijn met het nú moeten.

‘In het echt botst dat ook,’ zegt Martin. ‘Dat is dan mijn uitdaging om dat voor elkaar te krijgen met die acteurs. En wat ook botst met andere mensen, is dat ik een heel duidelijk beeld heb van de film die ik aan het maken ben. Ik weet precies wat ík wil. Hoe het eruit móet zien. Van alles wil ik dat het helemaal goed is. Ieder detail is belangrijk. Alles doet er toe. En dat ik heel duidelijk weet wat ik wil botst met het in vrijheid creëren door een acteur.’ En, zo geeft hij toe: met de ideeën die de cameraman heeft. Met de ervaring die de geluidsman heeft. Met de kennis van de man van het licht en ga zo maar door.

‘Hoe kun je dan én het beste uit deze mensen halen én de film maken die jij per se wilt maken?’ De sleutel zit hem in erkenning. ‘Je moet zelf erkennen dat je het talent van die mensen nodig hebt, dat zij dingen weten en kunnen die jij niet kunt. Zij zijn beter in wat zij doen dan jij. In hun vak weliswaar, maar toch. Dat moet je willen gebruiken. En dat erken je door ze het te zeggen. Door ze uit te nodigen op hun talenten. Dat doe ik altijd vooraf, voor we gaan draaien.’

‘Je hebt ook tegenspraak nodig’

Uren, dagen spreekt hij met zijn crews. Hij wil zijn visie overbrengen, zodat iedereen vanuit die visie het beste uit zichzelf kan halen. Waar gaat het verhaal echt over? Welk gevoel moet de film, de scene, oproepen en waarom? ‘Als dat eenmaal duidelijk is en iedereen zich erkend voelt, is het lekker werken. Dan kun je onder tijdsdruk kort door de bocht zeggen wat je echt wilt van de cameraman, of zeggen dat je een acteur niet gelooft in zijn spel, wat bijna het ergste is dat je tegen een acteur kunt zeggen. Ze weten dan immers waarom je het zegt, en ze weten dat jij weet dat ze beter kunnen.’

Beter kunnen. Nog beter kunnen. Martin heeft zelf die ambitie. ‘Ik wil die film maken die nooit meer vergeten wordt.’

‘Heb je die nog niet gemaakt?’ vraag ik hem.

‘Nee.’

‘Hoe ga je die film wel maken?’

‘Je moet als filmmaker zelf heel goed weten wat belangrijk voor jou is. In alles. Het laten merken aan de mensen die meewerken. Dat alles belangrijk is. Dat alles ertoe doet. Door zelf gedreven te zijn, worden andere mensen ook gedreven. Ze gaan aan en willen het beste ervan maken.’ Hij vertelt een anekdote van die keer dat hij samenwerkte met een in het wereldje ‘grote’ geluidsmixer. Die kwam in Denemarken in de studio (van het bedrijf van Lars von Trier, dat co-produceerde) en had een houding van Zeg maar wat ik moet doen. ‘Dan moet je zo iemand toch weten te raken en dat gaat in de eerste instantie door je eigen gedrevenheid.’ Achteraf gaf de mixer toe dat hij moe was en er weinig zin in had toen hij begon, maar dat hij door Martins passie en ambitie wakker werd en er zin in had gekregen. Alsnog kwamen de ideeën en werd het beter.

martin-doolhoven-leiderschap

Martin vertelt honderduit verder: ‘Iedereen vindt zijn eigen ideeën altijd geweldig, ik ook. Maar je hebt tegenspraak nodig.’

Bij het schrijven organiseert hij daarom feedbackrondes, waar hij een slimme manier voor gevonden heeft. Omdat mensen de neiging hebben lief voor elkaar te zijn en daardoor niet zeggen wat ze echt denken van de inhoud, worden mensen uitgenodigd feedback te geven, zonder dat Martin daarbij is. ‘Als je zo een paar mensen bij elkaar zet, gaan ze ideeën sparren; dat kan goede dingen opleveren. Soms vraag ik ook mensen kritiek op papier te zetten, want dan zijn mensen harder. Dat moet ik hebben. Spielberg zij ooit: Toen ik Jaws maakte, kwamen mensen nog met goede ideeën naar me toe. Later niet meer. Hij heeft dus iets niet goed gedaan denk ik, in het organiseren van zijn tegenspraak.’

Hoewel hij regelmatig allerlei mensen noemt uit de filmwereld lijkt hij dat ook niet casual te doen. Hij geeft er blijk van de mores van het filmwereldje, wat een typisch netwerkwereldje is, te kennen. Binnen zo’n wereldje kan wat er over elkaar gezegd wordt namelijk ver reizen. En blijven hangen. Dat wil je soms niet en dat voelt Martin haarfijn aan. Alleen Spielberg, voor wiens vroege films Martin grote bewondering heeft, noemde hij dus even als voorbeeld van iemand die iets wellicht niet zo goed deed: namelijk diens feedback organiseren. Good old Steven kan het wel hebben. Die zal bij het lezen van dit boek waarschijnlijk niet meteen een wraakfilm uitbrengen, dunkt mij. Hij is Tarantino niet. Je mag dit boek trouwens wel verfilmen van me, meneer Spielberg.

‘De dynamiek tussen mijn scènes moet nog beter.’

‘Die onvergetelijke film, gaat die er komen?’ vraag ik Martin. Want dat is wat hij echt wil. Hij hoopt het. ‘De dynamiek tussen de scènes moet nog beter,’ weet hij me meteen te zeggen. Hoewel hij volgens eigen zeggen met de besten van de wereld samenwerkt, is hij soms ook nieuwsgierig naar hoe het zou zijn om met andere mensen te werken. ‘Roger Deakons bijvoorbeeld, de beste cameraman aller tijden, ja, dat lijkt me wel wat. Iedere trainer wil toch een Messi in zijn team.’ Het voordeel van een goed en min of meer vast team is dat je precies weet wat je aan elkaar hebt. Dat zou er aan de andere kant voor kunnen zorgen dat je op den duur niet meer het beste uit elkaar haalt, zo erkent Martin ook. Werken met wie je al kent en weten wat je krijgt, of durven te veranderen in de hoop te verbeteren en niet weten wat het je gaat opleveren? Een lastig dilemma, ook voor Martin.

Hij kan glimmen van trots als hij min of meer terloops vertelt over zijn successen. Prettig arrogant. Zelfbewust van zijn positie en commerciële succes. Ik gun het hem van harte. Hij heeft het zelf misschien niet door, maar hij straalt nog iets meer als hij vertelt over die momenten dat hij erkend wordt als auteur of filmmaker door mensen die hij bewondert. Dan krijgt hij de ontwapenende uitstraling van een door de magie van film betoverde kleine jongen die een complimentje voor zijn homevideo krijgt van zijn held Sergio Leone. 

Dat de legendarische filmcomponist Pino Donaggio alleen al op basis van het door Martin geschreven scenario voor Oorlogswinter met Martin wilde werken. Dat Tom Holkenburg (aka Junkie XL, die muziek voor grote films als Batman maakt) hém benaderde om de muziek van Brimstone te mogen doen en niet andersom. Die erkenning, dat is voor hem misschien wel de onzichtbare kroon op het werk van Koolhoven. Ertoe doen als kunstenaar. En dus niet vergeten worden. Misschien zit daar voor hem de sleutel in het maken van die ene onvergetelijke film: werken met nog meer mensen die hij zelf enorm bewondert, Martin groeit van hún erkenning. 

Een deel van zijn succes zit hem erin dat hij het geheim van erkenning goed kent. ‘Je moet mensen erkennen voor hun eigen idee, voor hun persoonlijke inbreng. Niet omdat ze een opdracht van jou goed uitgevoerd hebben,’ zegt hij daarover. Je voorkomt er inderdaad het braaf, fikkie-effect mee als leider. Hij weet iedereen op de set te erkennen. Hij luncht met figuranten, zorgt voor lekker eten, blijft hangen na een draaidag en is aanspreekbaar en benaderbaar voor iedereen. Zelfs door de schrijver van dit boek, zo bleek. De schrijver die stiekem begint te hopen dat Martin zijn geschrijf ook weet te waarderen. Erkend mogen worden door mensen die je bewondert en daarvoor je best doen is aanstekelijk, en maakt dat je nog beter je best gaat doen, zo kan ik als schrijver van dit verhaal nu beamen. 

Door Juul Martin, coach voor leiders.

De tekening van Martin is gemaakt door Ronald Jansen.

boek-leiderscap-maakruimte-coach

Dit is een verhaal uit het boek Maak ruimte en laat je mensen shinen. Bestel hier jouw exemplaar.

Wil jij jouw ervaringen delen, leren en groeien met andere leiders? Kom dan eens naar een van de ruimtemaakers bijeenkomsten.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.